Omega is het merk van grootse momenten: het eerste horloge op de maan én dat aan de pols van James Bond. Maar wat mij vooral aanspreekt, is de techniek die daaronder zit.
Omega ontstaat in 1848, wanneer de jonge Louis Brandt in La Chaux-de-Fonds begint met het assembleren van zakhorloges. In 1894 bouwt het bedrijf een uurwerk dat zó goed en zó gemakkelijk te onderhouden is dat het de naam "Omega" krijgt — de laatste letter van het Griekse alfabet, als teken van voltooiing. Dat uurwerk werd zo'n succes dat het hele bedrijf voortaan Omega heette.
De twee iconen kent iedereen. De Speedmaster ging in 1969 mee naar de maan en heet sindsdien de "Moonwatch" — het enige horloge dat NASA voor de ruimtevaart goedkeurde. De Seamaster is dan weer onlosmakelijk verbonden met James Bond. En als officieel tijdwaarnemer van de Olympische Spelen bewijst Omega al bijna een eeuw dat het om precisie draait.
Technisch loopt Omega voorop met het Co-Axial-echappement, ontwikkeld met de legendarische horloge- maker George Daniels, en met de strenge Master Chronometer-certificering die bestand is tegen magnetisme. Een Omega geeft je een flink stuk horlogegeschiedenis en topklasse-techniek, zonder de topprijs van sommige concurrenten.